Sponsoren gezocht!

Sinds 2018 ontvangen wij van april tot oktober gastschrijvers in het voormalige tuinhuis van Jan en Karina Wolkers. Dankzij niet-structurele subsidies van het Lirafonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds, hebben wij in de afgelopen jaren 29 auteurs uit heel Nederland een inspirerende, tijdelijke werkplek kunnen bieden.

Ons initiatief steunt bijna volledig op vrijwilligers van Amstelglorie maar we maken wel kosten voor schoonmaak, butagas, de was, onderhoud, pacht en vervanging van huisraad. Schrijvers betalen ons een bijdrage, maar we willen hen niet te zeer op kosten jagen. Om de Wolkerstuin te kunnen blijven aanbieden als schrijversresidentie zijn wij daarom op zoek naar een sponsor die ons voor minimaal 1800 euro per jaar zou willen ondersteunen.

Mogelijke sponsoren kunnen contact met ons opnemen via post@wolkerstuin.nl

 

Ent van de Boerhaave tulpenboom terug op Amstelglorie

Op 29 oktober was burgermeester Emile Jaensch van Oegstgeest, samen met oud-horticulana Carla Teune van de Hortus Leiden, op de Wolkerstuin om ons een ent te brengen van de tulpenboom van Herman Boerhaave. Deze ent is afkomstig van het landgoed Oud Poelgeest. Hier liet Boerhaave in ca. 1725 zaad uit Noord-Amerika zaaien en daaruit groeiden verschillende tulpenbomen, onder meer het befaamde exemplaar in de Hortus Leiden. Dankzij Oegstgeest en de Leidse hortus krijgt de Wolkerstuin na veertig jaar een nieuwe tulpenboom.

Jan Wolkers kreeg in de jaren zeventig van de directeur van de hortus in Leiden, Bavo Bruinsma (echtgenoot van Carla Teune) een ent van deze tulpenboom en zette deze in zijn volkstuin op Amstelglorie. Toen hij in 1981 naar Texel verhuisde groef hij de tulpenboom uit en plantte deze naast zijn atelier op Texel. Na zijn dood heeft Karina hier zijn as onder begraven.

“De tulpenboom op Oud-Poelgeest was een inspiratiebron voor de uit Oegstgeest afkomstige Jan Wolkers; hij was vooral geïnspireerd door de cadmiumgele herfstkleuren die hij in zijn schilderijen ook gebruikte. Hij vermeldt deze boom in ‘Terug naar Oegstgeest’ (1965), ‘De onverbiddelijke tijd’ (1984) en zijn essay ‘De bretels van Jupiter’ (oorspronkelijk 1987).” [meer informatie]

Tijdens een wandeling over Amstelglorie eerder dit jaar, sprak Emile Jaensch met onze vaste tuinman en vrijwilliger, Jaap de Jong, en bood hem aan de tulpenboom te komen brengen. Omdat oktober niet alleen de geboortemaand, maar ook de sterfmaand van Jan Wolkers is, én het de beste tijd is om bomen te planten, kwam er een gezelschap uit Oegstgeest en Leiden om de tulpenboom naar Amstelglorie te brengen. De boom werd in ontvangst genomen door stadsdeelbestuurder van Amsterdam-Oost, Rick Vermin. Ook de Amsterdamse bomendeskundige Hans Kaljee was van de partij.

Een heel gezelschap op 27-10-21 rond ‘de spriet’, zoals we de ent hebben gedoopt. De boom is rechts van het huisje geplant door onze vaste tuinman Jaap de Jong.

Koken met gastauteur Mari Maris

Mari Maris was de maand juni te gast om bij ons aan een fictieproject te werken. Tussendoor wandelde zij dagelijks over het park en wisselde kennis over planten en groenten uit met onder meer de vrijwilligers van de kweektuin bij de ingang van Amstelglorie. Maar ook met onze imkers, wilde bijenman John en de mensen van het Hemkerhof. Toen we het clubhuis weer mochten gebruiken na de versoepelingen van de coronamaatregelen kwam Mari daar de EK voetbalwedstrijden kijken.

Mari is kok, kookboekenauteur (van onder meer het standaardwerk: De Groentebijbel) en heeft een eigen groentenboerderij in Frankrijk. In samenwerking met Olga van de Hemkerhof op Amstelglorie organiseerde zij een middag fourageren op het tuinpark. Na het knippen en plukken maakten de deelnemers onder leiding van Mari onder meer een salade, tempura van moerasspirea en ingelegde daslookkappertjes (de bloemen net na de bloei).

 

Moll in de tuin

Schrijver en Parooljournalist Maarten Moll verbleef de laatste twee weken van april op de Wolkerstuin en schreef daar iedere ochtend fraaie, contemplatieve columns over zijn verblijf op Amstelglorie. En over Jan Wolkers, uiteraard. Op Amstelglorie werd genoten van zijn columns, al ontstond er ook even lichte paniek toen men een van de titels las: Het tuinhuisje van Jan Wolkers staat er nog.
Gelukkig viel het mee, er was een fluitketel drooggekookt. Naast zijn columns schonk Maarten de Wolkerstuin nog wat dahlia’s en een stokroos. En hoewel je dahliaknollen pas na de ijsheiligen de grond in mag stoppen, deed Maarten Moll het gewoon eind april al, even eigengereid als Wolkers zelf:
Maandag citeerde ik uit zijn dagboek, 20 april 1973: ‘In het tuintje zet ik de dahliabollen in de grond.’

Lees de hele column hier: Wat was dat voor een tuinman, die Wolkers? | Het Parool

Schrijfresidentie: om in te werken

De Wolkerstuin is geen vakantiewoning maar een eenvoudig tuinhuis van 28 vierkante meter met een fornuis, geiser en kacheltje op butagas. Achter het huisje loopt een brede sloot, gevaarlijk voor kleine kinderen. De Wolkerstuin is opgezet voor schrijvers om los van hun dagelijks leven te kunnen schrijven op een bijzondere literatuur-historische plek. Het huisje is niet geschikt voor een (gezins)vakantie. Van onze gasten vragen wij veel zelfredzaamheid. Voor aanmelding is het goed om je dit af te vragen: Kan je een butagasfles verwisselen? Een parafinekachel aansteken, een vuilniszak meenemen op de fiets naar een vuilcontainer naar de stad? Het huisje wordt volledig gerund door vrijwilligers die niet altijd op het park aanwezig zijn. Daarom vragen wij onze gasten om zo zelfstandig mogelijk te zijn.

Geen huisdieren of kleine kinderen

In de Wolkerstuin en het tuinhuis kunnen wij geen huisdieren toestaan. Er logeren met kleine kinderen is eveneens niet toegestaan vanwege de sloot direct achter het huisje. Hier kunnen wij geen uitzonderingen op maken.

Gemeenschap

Gastschrijvers op de Wolkerstuin worden voor een bepaalde periode lid van de Amstelglorie-gemeenschap. Dankzij onze gemeenschapszin hebben wij weten te overleven als groene oase in de groeiende stad. (We werden in 2016 bijna opgeheven omdat de gemeente de grond wilde verkopen aan projectontwikkelaars. Zie ook hier.) Amstelglorianen dragen bij aan extra faciliteiten op het park, zoals de Wolkerstuin maar ook het logeerhuisje voor mensen met een beperking. De tuinders steken ook vrijwilligersuren in het onderhoud.

Werkplan, tip

We waarderen het zeer als je de buren groet op de paden. In het weekend ben je welkom in het clubhuis, maar dat is zeker niet verplicht. Auteurs die in hun werkplan een voorstel opnemen om een lezing te geven of een workshop voor tuinders en andere belangstellenden van buiten het park, hebben wat ons betreft een streepje voor.

Wim Hemker (midden met blauwe trui), hovenier en ontwerper van de Wolkerstuin, legt de huidige tuin aan met hulp van vrijwilligers. Jeffrey Levendig plaatst de nieuwe dakbedekking.

 

De gastauteurs in 2021

De werkgroep had dit jaar een flinke klus om uit de grote stapel sterke aanmeldingen een selectie te maken. Om meer schrijvers een plek te bieden hebben we dit jaar voor veel van hen een periode van twee weken gekozen.

De gastschrijvers in alfabetische volgorde:

  • Stella Bergsma
  • Heidi Koren
  • Mari Maris
  • Nisrine Mbarki
  • Frenk Meeuwsen
  • Maarten Moll
  • Petra Noordkamp
  • Job van Tol
  • Manon Sikkel
  • Ilona Verhoeven

De Wolkerstuin in tijden van corona

Eind mei 2020 op de Wolkerstuin (Foto: Herman van Bostelen)

Ook op de Wolkerstuin verliep 2020 volstrekt anders dan we gewend waren. Geen openstelling voor publiek, geen lezingen of workshops. De pandemie drukte een grote stempel op al onze reguliere activiteiten. Nadat we in maart even moesten wennen aan het idee van een gastschrijversverblijf runnen tijdens een lockdown, hebben we toch 9 van de 10 auteurs bij ons kunnen laten logeren. Een van hen komt volgend jaar alsnog. Van half april tot en met 30 september werkten er onafgebroken schrijvers bij ons.

Corona-proof verblijven op een volkstuin op Amstelglorie, dus ook op de Wolkerstuin, vormde geen enkel probleem, zo bleek. We hielden ons aan de richtlijnen van het RIVM én aan die van de Amsterdamse Bond van Volkstuinders. Joyce, onze rots in de branding die zorgt voor het linnengoed en de schoonmaak, kocht extra ontsmettende middelen in en bij het inchecken hielden de vrijwilligers anderhalve meter afstand.

Dagkoekoeksbloem

De gastschrijvers van dit jaar waren extra blij om in tijden van corona in een bloeiende, zoemende en kwetterende tuin te kunnen werken, veel buiten te zijn. Zoveel beter dan thuis met ‘cabin fever’ op drie-hoog achter, of met een thuiswerkende partner of klussende buren op de achtergrond. We kijken daarom met genoegen terug op dit rare jaar. Waarin we een nieuwe pergola kregen met een blauwe regen die daar al behoorlijk omheen begint te groeien. En natuurlijk, zoals altijd maar misschien nog meer dan in andere jaren, dankbare gastschrijvers die erg goed bij ons hebben kunnen werken. In de sfeer die Jan Wolkers zo lang geleden heeft gecreëerd maar die nog altijd voor vrijwel iedereen voelbaar is.

 

Gastschrijver in mei: Reinier Spreen

Van 16 tot 30 mei 2020, was Reinier Spreen onze gastauteur. Hij schreef vier boeken, waaronder Monument voor de quagga, waarmee hij in 2017 op de shortlist voor de Jan Wolkersprijs belandde. “Subliem,” schreef Trouw in een recensie van dit boek. Tijdens zijn verblijf maakte Reinier om de zoveel dagen een korte, licht filosofische, schetsen over zijn dagen op de Wolkerstuin.

18 mei
Wolkerstuin I
Mensen lopen en fietsen langs, ze heffen hun hand, een korte groet. Ik kan dat gelukkig goed; zo werpt een studietijd in Groningen zijn vruchten af. Als het langer duurt beginnen de problemen. Twee van de vier bomen langs het pad zijn gesnoeid, ik zit te kijk. Ze blijven staan en wijzen: het oude tuinhuisje van Jan Wolkers. Ze zien iemand die groet en zich weer in zijn werk verdiept, volledig geconcentreerd. Ik zou zo graag diegene zijn.

21 mei
Wolkerstuin II
August Willemsen maakt ergens in zijn dagboeken het onderscheid tussen Mulisch en Nescio: de een schrijft wat hij weet, de ander wat hij niet weet. Ik deel zijn voorkeur voor de laatste soort, maar je kunt er beter een lezen dan zijn. Het zekere weten is imponerend. Een stuk van Ian Buruma in de krant, duizend woorden zonder twijfel, geschreven als een stratenmaker. Ik zit in de tuin. Er gaat geen uur voorbij zonder dat ik denk: ik kan het niet.

26 mei
Wolkerstuin III
Een lange sliert wandelaars op het pad. Ze vragen of ik de zoon ben van Wolkers en of ik al inspiratie heb. Dat laatste weet ik niet zeker. Mijn hoofd is leger dan ooit. Punten die ik met elkaar wil verbinden blijven om elkaar heen dansen, rechtlijnig denken lijkt onmogelijk. Ik kijk naar de vogels en de hommels. Soms sta ik zonder dat ik het doorheb op om koffie te zetten. Donderdag was de lucht ineens gevuld met pluisjes, vrijdag waren ze weer weg.

28 mei
Wolkerstuin IV
Een vriend die op bezoek kwam noemde het een illusie van groen, zo tussen de snelwegen, maar de echte illusie is die van de stilte. De auto’s en de metro zijn er nog, maar ik hoor ze niet meer. Al het andere wordt steeds echter. Koolmezen jagen achter elkaar aan, duiven en eenden wagen zich op het terras, en elke dag meldt zich de grote bonte specht. Op het kleine grasveldje stonden vorige week nog twee schapen, maar die zijn ten prooi gevallen aan de wolf.

29 mei
Wolkerstuin V
AT5 vroeg vorige week of ik de geest van Wolkers voelde. Toen niet, nog steeds niet, ik heb daar boeken voor nodig. Ik pak Groeten van Rottumerplaat uit de kast. Vermakelijk. De oerman Wolkers, een beetje aangezet maar niet gespeeld. Onvermoeibaar in de weer met meeuwen, dode zeehonden en een oorwurm die hij op zijn lul zet om uit te vinden of hij naar binnen kruipt. Het is mijn laatste dag. Ik laat de dieren met rust en goddank is er niemand om me heen, dood of levend, die zegt dat dat anders moet.

 

Trots op Marieke Lucas Rijneveld

Ze verbleven bij ons in 2018, het jaar dat De Avond is Ongemak uitkwam, de roman waarmee ze op 27 augustus 2020 als eerste Nederlandse auteur de International Booker Prize won, samen met hun vertaalster Michele Hutchinson. We zijn zo trots op Marieke Lucas Rijneveld! Daarom delen we hier hun portret, gefotografeerd op de Wolkerstuin.

Foto: Herman van Bostelen

 

 

Liefdeswerk uit de Wolkerstuin

Schrijvers en vriendinnen Mireille Geus (1964) en Anna van Praag (1967) woonden in juni een maand in de Wolkerstuin en schreven elkaar daar koortsachtig brieven. Deze worden gebundeld in het boek Liefdeswerk, een briefwisseling over schrijven, leven, liefde. Hieronder twee brieffragmenten.

Mireille Geus:

Hoe ver moet je gaan? Hoe ver moet je gaan voor een goede roman, een gewogen kinderboek, een uitstekend young adult boek? En vervolgens: hoe ver moet je gaan om de wereld te laten weten wat je overwegingen zijn geweest en wat dat allemaal met jou en je leven te maken had. Inmiddels gaat het daar in interviews altijd over. Alsof de ambachtelijke kwaliteiten, de stijl, de constructie, de verschillende lagen, de details, de vondsten er minder toe doen dan wat de schrijver erbij dacht en voelde toen hij/zij het schreef. Je begrijpt vast al dat ik aan die vragen een hekel heb. Ik heb een training gehad van mijn uitgever om ermee om te gaan. Het blijft balanceren.

Ik wilde nog wat zeggen over intuïtie. Volgens mij noemen we het alle twee in onze eerdere brieven. Voor mij is dat een belangrijke raadgever, ik kan goed nadenken, maar de beste dingen komen uit mijn gut feeling, als ik schrijf en er komt iets uit mijn tikkende vingers waar ik niets van begrijp, dan druk ik nooit op de deleteknop, vooral niet als het echt vreemd is of ongepast of vergaand. Daar wil ik iets mee. Daar moet ik iets mee. Dus ook als er hier in het Wolkershuisje een muis dwars door mijn riedel loopt en jij dat meteen duidt als doorbreken van een vastgeroest patroon, denk ik: hoera!

 

Anna van Praag:

Met wie zou jij hier een dag willen doorbrengen, ver van de rest van de wereld? Je mag iedereen noemen die je wilt, ook beroemdheden of mensen die dood zijn. Zou je het bijvoorbeeld leuk vinden als Jan Wolkers zelf ineens opdook in de tuin, zijn armen vol rabarber, die hij tegen zijn gebruinde, blote borstkas drukt? Een beetje zoals op de foto van Karina die hier hangt.

Ik dwaal af. Ik noemde dat intuïtieve zelf wel ‘door het papier vallen’. Dat verrukkelijke moment dat het verhaal met jou op de loop gaat. Soms gebeurt het maar gedurende één zin, soms schrijf je een hele scène in een andere dimensie. En eigenlijk altijd weet je: dat klopt. Wat er verder ook verandert aan je boek, die scène blijft.

Net beet de buitenwereld trouwens onverwacht weer keihard in mijn schenen in de vorm van een telefoontje vanuit de Flesseman: mijn moeder had een hersenbloeding gekregen.

‘Ik ga dit pad niet op,’ zei ik tegen J., ‘ik heb al zo vaak gedacht dat ze doodging en dan toch weer niet. Ik ga nu geen drama maken.’ En ik veegde mijn tranen weg. Om vervolgens natuurlijk toch die hele begrafenisspeech weer af te draaien in mijn hoofd. Mijn groepje kinderen dat hier gisteren was, vroeg of ik nog dingen wilde zeggen tegen, of doen met, mijn moeder. Maar alles tussen ons is allang gezegd en als ik straks haar hand niet vasthoud als ze gaat, is zelfs dat goed omdat ze (hopelijk) in haar geliefde Flesseman zal zijn. ‘Ik hou van je,’ dat is het enige dat ik elke keer tegen haar zeg. Zelfs toen we al elkaar deze maanden alleen maar door het raam van de Flesseman zagen, dan maakte ik het gebaar. Ze zei het altijd terug.

Mireille Geus (1964, links) is schrijver, docent schrijven en schrijfcoach. Met haar jeugdboek Big won zij in 2006 de Gouden Griffel. Anna van Praag (1967) is kinderboekenschrijver, schrijfdocent en schoolschrijver. Van haar meer dan twintig kinderboeken verschenen ook vertalingen in Japan en Duitsland.